Inloggen SCHRIFTLEZING Dirk Monshouwer Stichting
Dertiende zondag van de zomer | Roosterdagen | Zoeken
Rubrieken Agenda De DM-Stichting
Hoe kan ik... Nieuws Vertaalvragen Bijbelvertalingen
Luc. 12,13-21 Rijk en dwaas
1Tim. 1,12-17 Toegekend vertrouwen wekt vertrouwen
Luc. 8,26-39 strijd om menswording
Links

Deze site heeft 273 leden,
waarvan 2 online

Bezoekers
Vandaag: 20

Colofon

Handelingen 2,1-14 Vervulling
Het Wekenfeest van de vijftigste dag is de vervulling van Pasen. Herschepping van de mens onder de adem van het Pneuma (Genesis), en openbaring Gods in vuur en vlam
(Exodus)vallen samen.In Jeruzalem zijn alle volkeren (10+7)verenigd en komt de
verwarring van Babel ten einde, omdat ieder in de eigen taal wordt aangesproken
op Gods grote daden,door Galileërs nota bene.
Handelingen 2:1-14

  1        Toen, bij het in vervulling gaan van de vijftigste dag,
            waren allen tezamen bijeen.
  2        Het geschiedde,
            dat er plotseling uit de hemel
            een gedruis kwam,
            als een geweldige ademtocht 1 ,
            die het hele huis vulde,
            waar zij zich bevonden.
  3        En er verschenen hun 2 tongen als van vuur 3
            die zich verdeelden.
            Het zat op een ieder van hen
  4        en allen werden vervuld van heilige geest.
            Zij begonnen in andere tongen te spreken,
            zoals de geest het hun gaf om zich te uiten

  5        Er waren evenwel te Jeruzalem ook Joden woonachtig,
            vrome mannen, afkomstig uit alle volkeren onder de hemel.
  6        Op het gebeuren van dit stemgeluid
            kwam de volledige gemeente bijeen
            en raakte zij verward 4 ,
            want – ieder afzonderlijk – hoorden zij hen spreken in de eigen taal ,  
  7        Zij waren ontzet en verwonderd, en zeiden:
            Zijn al deze sprekers dan geen Galileërs ?
  8        En hoe kan ieder van ons dan de eigen taal horen,
            waarin we verwekt zijn 5 :
  9        Parthen en Meden, en Elamieten
            en inwoners van Mesopotamië, van Judea,
            en ook van Kapadocië, Pontus en Asië,
 10        Frygië en Pamfylië, Egypte en de streken van Libië bij Cyrene,
 11        en de verblijf houdende Romeinen, Joden en proselieten,
            Kretenzen en Arabieren,
            wij horen hen spreken in onze eigen tongval,
            van de grote daden Gods.
 12        Allen waren zij ontzet en werden ermee verlegen,
            zodat de één tot de ander zei:
            Wat heeft dit toch te betekenen ?
 13        Maar anderen zeiden vol spotdrang:
            ze zijn zat van zoete drank 6
 14        Maar Petrus met de elven stelde zich op,
            en verhief zijn stem
            en begon zich tot hen te uiten.

Noten
1  vgl.LXX Gen 2:7; 7:22
2  terminus technicus voor goddelijke revelatie, zie o.a Ex. 3:2
3  zie Ex. 3:2;19:18; 24:17
4  let. vermengd, zie LXX Gen.11:7,9
5  mogelijk verwijzing naar de geneseis –toledoth
6  de alliteratie van de Griekse woorden heb ik proberen na te bootsen, de suggestie is m.i: wat je van een ander zegt, ben je zelf!

Afdrukken | vertaling door leenderonde | bij Pinksteren
Laatste wijziging 17 May 2010 11:48:38
Reacties:
  16 May 2010 13:35:40, enkele kanttekeningen van harrypals

Andere vertalingen: Hand. 2,1-13 Pinksteren