Inloggen SCHRIFTLEZING Dirk Monshouwer Stichting
Dertiende zondag van de zomer | Roosterdagen | Zoeken
Rubrieken Agenda De DM-Stichting
Hoe kan ik... Nieuws Vertaalvragen Bijbelvertalingen
Luc. 12,13-21 Rijk en dwaas
1Tim. 1,12-17 Toegekend vertrouwen wekt vertrouwen
Luc. 8,26-39 strijd om menswording
Links

Deze site heeft 273 leden,
waarvan 1 online

Bezoekers
Vandaag: 10

Colofon

Exodus 24
  1    Tot Mozes zei hij:
            Ga omhoog naar JHWH
            jij en Aäron, Nadab en Abihu
            en zeventig van de oudsten van Israël
            en buig je op een afstand neer.
  2        Alleen Mozes mag naderen tot JHWH
            maar zij mogen niet naderen
            en het volk mag niet met hem mee omhoog gaan.
  3    Mozes kwam en verhaalde alle woorden van JHWH en alle richtlijnen
        en het volk antwoordde eenstemmig:
            Alle woorden die JHWH gesproken heeft zullen wij doen.
  4    Mozes schreef alle woorden van JHWH op.
        Hij stond vroeg in de morgen op
        en bouwde een altaar onder aan de berg
        en twaalf opgerichte stenen
        zoals er twaalf stammen van Israël waren.
  5    Hij zond de jongelingen van de kinderen van Israël
        zij brachten brandoffers
        en offerden stieren als vredeoffer voor JHWH.
  6    Mozes nam de helft van het bloed
        en deed het in bekkens
        met de [andere] helft van het bloed besprenkelde hij het altaar.
  7    Hij nam het verbondsboek
        en las het ten aanhoren van het volk voor
        zij zeiden:
            Alles wat JHWH gesproken heeft zullen wij doen
            en er gehoor aan geven.
  8    Toen nam Mozes het bloed
        en hij besprenkelde het volk ermee
        en hij zei:
            Zie, dit is het bloed van het verbond
            dat JHWH [hierbij] met jullie sluit
            op grond van al deze woorden.

        Mozes ging met Aäron omhoog, met Nadab en Abihu
        en zeventig van de oudsten van Israël.
 10    Zij zagen de god van Israël
        onder zijn voeten was iets als een plaveisel van lapis lazuli
        als de hemel zelf in zuiverheid.
 11    Naar de notabelen van de kinderen van Israël stak hij zijn hand echter niet uit
        maar zij aanschouwden God
        en zij aten en dronken. 1
 12    JHWH zei tot Mozes:
            Ga naar boven naar mij de berg op
            en wees daar.
            Ik zal je stenen tafels geven
            de onderwijzing en het gebod
            dat ik geschreven heb om hen te onderwijzen.

 13    Toen stond Mozes op met zijn dienaar Jozua 2
        en Mozes ging omhoog, de berg van God op
 14    Tot de oudsten zei hij:
            Blijf hier op ons wachten
            tot wij naar jullie terugkeren.
            Aäron en Chur zijn immers bij jullie 3
            wie iets heeft moet hen benaderen.
 15    Mozes ging naar boven naar de berg;
        de wolk bedekte de berg.
 16    Toen kwam de heerlijkheid van JHWH op de berg de Sinai wonen
        de wolk bedekte die zes dagen;
        hij riep Mozes op de zevende dag midden uit de wolk
 17    De aanblik van de heerlijkheid van JHWH
        was als een verslindend vuur op de top van de berg
        in de ogen van de kinderen van Israël.
 18    Mozes kwam in het midden van de wolk
        hij ging omhoog de berg op;
        Mozes was veertig dagen en veertig nachten op de berg.

Noten
1  Voor hen geldt dus niet dat niemand God kan zien zonder te sterven.
2  Hier staat niet ‘bd = dienst-knecht, maar mšrt.
3  whnh heb ik weergegeven met ‘im-mers’.

Afdrukken | vertaling door evert | bij Pinksteren
Laatste wijziging 14 May 2010 22:35:43
Reacties: nog geen reacties