Inloggen SCHRIFTLEZING Dirk Monshouwer Stichting
Dertiende zondag van de zomer | Roosterdagen | Zoeken
Rubrieken Agenda De DM-Stichting
Hoe kan ik... Nieuws Vertaalvragen Bijbelvertalingen
Luc. 12,13-21 Rijk en dwaas
1Tim. 1,12-17 Toegekend vertrouwen wekt vertrouwen
Luc. 8,26-39 strijd om menswording
Links

Deze site heeft 273 leden,
waarvan 2 online

Bezoekers
Vandaag: 20

Colofon

Genesis 18,20-33
 20    JHWH zei:
            Het klagend geroep over Sodom en Gomorra, ja, het is veel
            en hun zonde, ja, die is zeer zwaar.
 21        Ik wil neerdalen en zien:
            hebben zij gedaan naar het klagend geroep dat daarover tot mij is gekomen ten einde toe
            of niet?
            Ik wil het weten.
 22    Die mannen wendden het gezicht vandaar af
        en gingen naar Sodom,
        maar Abraham,
        hij bleef voor het aangezicht van JHWH staan. 1
 23    Toen trad Abraham naar voren en zei:
            Wilt u  werkelijk de rechtvaardige wegrukken met de misdadiger?
 24        Misschien zijn er vijftig rechtvaardigen in de stad.
            Zult u die werkelijk wegrukken?
            Zult u [de schuld] niet wegnemen voor de plaats
            omwille van de vijftig rechtvaardigen die in haar midden zijn?
 25        Het zij verre van u te doen naar dit woord
            – de rechtvaardige met de misdadiger te doden –
            zodat de rechtvaardige gelijk de misdadiger zou zijn.
            Het zij verre van u!
            De rechter van de hele aarde
            zou die geen recht doen?
 26    JHWH zei:
            Als ik in Sodom vijftig rechtvaardigen in de stad vind
            zal ik [de schuld] voor de hele plaats wegnemen omwille van hen.
 27    Abraham antwoordde, hij zei:
            Zie toch, ik heb gewaagd te spreken tot mijn heer,
            ik, die stof en as ben.
 28        Misschien ontbreken er aan de vijftig rechtvaardigen vijf.
            Zult u om die vijf de hele stad verdelgen?
        Hij zei:
            Ik zal niet verdelgen
            als ik er daar vijfenveertig vind.
 29    Hij ging door tot hem te spreken en zei:
            Misschien worden er daar veertig gevonden.
        Hij zei:
            Ik zal het niet doen
            omwille van die veertig.
 30    Hij zei:
            Laat mijn heer toch niet in toorn ontsteken dat ik spreek:
            Misschien worden er daar dertig gevonden.
        Hij zei:
            Ik zal het niet doen,
            Als ik er daar dertig vind.
 31    Hij zei:
            Zie toch, ik heb gewaagd te spreken tot mijn heer.
            Misschien worden er daar twintig gevonden.
        Hij zei:
            Ik zal niet verdelgen
            omwille van die twintig.
 32    Hij zei:
            Laat mijn heer toch niet in toorn ontsteken dat ik nog éénmaal spreek:
            Misschien worden er daar tien gevonden.
        Hij zei:
            Ik zal niet verdelgen
            omwille van die tien.
 33    JHWH ging,
        toen hij geëindigd had tot Abraham te spreken
        en Abraham keerde terug naar zijn plaats.

Noten
1  De oorspronkelijke tekst van vers 22 luidde: 'maar JHWH  bleef voor het aangezicht van Abraham staan'. Omdat 'voor het aange-zicht van iemand staan' kan betekenen 'dienend voor iemand staan' werden deze woorden opgevat als een aanstootgevende uitspraak over JHWH en daarom 'verbeterd', vervangen door de huidige.

Afdrukken | vertaling door mazbo | bij Zesde zondag van de zomer
Laatste wijziging 17 Jul 2010 21:13:31
Reacties: nog geen reacties
Andere vertalingen: Gen. 18,20-33 afdingen over Sodom, Gen. 18,22-33 Abraham met JHWH in gesprek over Sodom