aanmelden
Schriftlezing
website van de Dirk Monshouwer Stichting
H | 3e van de Advent | Leesrooster | M | Contact
Rubrieken
Agenda
De DM-Stichting
d Bijbelvertalingen
Gesorteerd op:
Bijbels
d Exegeses
Gesorteerd op:
Bijbels
Nieuws
d Links
Hoe kan ik ...
2e na Trinitatis, 10 juni 2018
Marcus 3,20-35
Vertaling
6De1 Farizeeën gingen er tussenuit,
en direct hielden zij mét de Herodianen beraad over hem,
hoe zij hem zouden ombrengen.

7Vervolgens week Jezus met zijn leerlingen uit naar zee,
en een enorm aantal mensen uit Galilea volgde.
8Ook vanuit Judea en uit Jeruzalem,
uit Idumea en van de overkant van de Jordaan,
en uit de omgeving van Tyrus en Sidon
— nog eens een heel groot aantal —,
hoorden zij wat hij deed
en kwamen tot hem.
9Hij zei tot zijn leerlingen,
dat ze een scheepje  voor hem
beschikbaar moesten houden vanwege de menigte,
dat die hem niet
in verdrukking zou brengen.
10Want hij genas er velen,
zodat zij zich aan hem opdrongen
om hem aan te raken,
met welke gesel zij ook van doen hadden.
11En de onreine geesten —,
hem in ogenschouw nemend,
vielen zij op hem aan
en schreeuwden:
Jij bent de zoon van God!
12Herhaaldelijk bestrafte hij hen,
dat zij hem niet openbaar zouden maken.

13Dan gaat hij de berg op
en roept hij tot zich,
die híj zelf wilde.
Zij gingen... en kwamen naar hem toe.
14Hij maakte van hen een twaalftal.
Opdat zij bij hem zullen zijn,
én dat hij hen zal uitzenden,
om te verkondigen
15en gevolmachtigd te zijn
in het uitdrijven van demonen.
Daartoe stelde hij er twaalf aan.
16En aan Simon gaf hij de bijnaam Petrus — rotsman!
17En aan Jacobus, zoon van Zebedeus
en zijn broer Johannes,
gaf hij de bijnaam:  Boanerges,
dat is: donderzonen!
18met Andreas en Filippus,
Bartholomeüs en Mattheüs,
Thomas en Jacobus, de zoon van Alfeüs,
Thaddeüs en Simon de Kananeër
19en Judas Iskarioth,
die hem overgeleverd heeft.

20Hij2 kwam thuis;
en weer kwam een menigte mensen bijeen,
zodat ze zelfs geen brood konden eten.
21Toen zijn verwanten dat hoorden,
kwamen ze om hem te grijpen;
want, zeiden ze, hij is gek geworden.
22En de schriftgeleerden
die uit Jeruzalem waren afgedaald
zeiden:
Beëlzebub heeft hem in z’n macht,
en:
door de overste der demonen drijft hij demonen uit.
23Toen hij hen bij zich had geroepen,
sprak hij tot hen in gelijkenissen:
Hoe kan satan satan uitdrijven?
24Als een koninkrijk tegen zichzelf verdeeld is,
kan dat koninkrijk niet staande blijven;
25en als een huisgemeenschap innerlijk verdeeld is,
zal dat huis niet staande kunnen blijven;
26en als de duivel tegen zichzelf opstaat en verdeeld is,
kan hij niet staande blijven,
maar is zijn einde daar;
27ook kan iemand niet het huis van een sterkere binnengaan
en zijn spullen roven,
tenzij hij de sterkere eerst vastbindt;
pas dan kan hij zijn huis leegroven.
28Voorwaar ik zeg jullie:
alle zonden en godslastering die ze gepleegd hebben,
zullen de mensenkinderen worden vergeven;
29maar wie laster spreekt tegen de heilige geest,
krijgt in der eeuwigheid geen vergeving,
maar hij is betrokken bij een eeuwige zonde
30(omdat ze zeiden:
een onreine geest heeft hem in z’n macht).

31Ook kwam zijn moeder met zijn broers;
ze bleven buiten staan
en stuurden iemand om hem te roepen.
32Er zat een menigte mensen om hem heen;
ze zeiden tegen hem:
zie, uw moeder en w broers [en uw zussen]
zijn buiten en zoeken u.
33Hij antwoordde hen en zei:
Wie zijn mijn moeder en mijn broers?
34Hij keek hen aan die om hem heen zaten
en zei:
Zie, mijn moeder en mijn broers….
35want ieder die de wil van God doet,
die is mijn broer en zus en moeder!
Noten
1vertaling van Leen de Ronde
2vertaling van Klaas Eldering
Afdrukken | vertaling door Klaas Eldering | bij 2e na Trinitatis
Laatste wijziging 26 Feb 2021 11:19:45
Reacties: nog geen reactie. Gebruik, als u bent ingelogd, b om te reageren.
Andere vertalingen: Mar. 3,20-35 [Evangelie] Een verdeeld huis..., Mar. 3,20-35 [Evangelie] cartoons

2e na Trinitatis - groen
Geen afbeelding opgegeven.

Overige teksten:

Job 2,1-13 [OT-alt]
Ri. 12,1-6 [OT]
Mar. 3,20-35 [Evangelie]

Deze site heeft 247 leden, waarvan 0 online; Bezoekers : vandaag: 52; Colofon