Lucas 2,1-20

 


Vertaling: Willemien Roobol

1
Het geschiedde in die dagen,
dat er een verordening uitging van keizer Augustus
dat de gehele bewoonde wereld moest worden ingeschreven.
2
Deze eerste inschrijving geschiedde
toen Quirinius stadhouder over Syrie was.
3
En zij gingen allen op weg om te worden ingeschreven:
een ieder naar zijn eigen stad.
4
Ook Jozef omhoog uit Galilea, uit de stad Nazareth
naar Judea, naar de stad van David
die Bethlehem genoemd wordt,
omdat hij kwam uit het huis en het geslacht van David.
5
Om te worden ingeschreven met Maria,
zijn ondertrouwde vrouw1 die zwanger was.
 
6
Het geschiedde, toen zij daar waren
dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zou.2
7
En zij baarde haar zoon, de eerstgeborene
en zij omwikkelde hem
en legde hem neer in een kribbe
omdat voor hen geen plaats was in de herberg.3
 
8
En er waren herders in diezelfde streek
die op de akker verbleven4
en s’nachts de wacht hielden over hun kudde.
9
En een engel van de Heer stond bij hen
en de eer van de Heer omstraalde hen
en zij vreesden met een grote vrees.5
10
Maar zei de engel tot hen:
Vrees niet
want zie, ik verkondig jullie grote blijdschap
die zijn zal voor het hele volk:
11
Dat voor jullie vandaag een redder is geboren
die is de gezalfde Heer in de stad van David.6
12
En dit is voor jullie het teken:7
jullie zullen een kind vinden, dat omwikkeld is en ligt in een kribbe.
 
13
En plotseling geschiedde samen met de engel
een menigte hemelse legermacht8
die God prees en zei:
14
Eer in de hoge voor God
en op aarde vrede
in mensen van het welbehagen.9
 
15
En het geschiedde
zodra de engelen van hen weggingen naar de hemel
dat de herders tot elkaar spraken:
Laten wij dan heengaan tot in Bethlehem
en laten wij zien dit woord, dat geschied is,
dat de Heer ons heeft bekend gemaakt.
16
En zij gingen, terwijl zij zich spoedden
en zij vonden en Maria en Jozef en het kind liggend in de kribbe.
17
En nadat ze gezien hadden,
maakten zij bekend dit woord
dat tot hen gesproken was over dit kind.
18
En allen, die het gehoord hebben
verwonderden zich over wat door de herders tot hen gesproken werd.
19
Maar Maria bewaarde deze woorden,
ze overwegende in haar hart10
20
En de herders keerden om
God erend en prijzend
om alles, wat ze gehoord hadden en zagen
zoals gesproken werd tot hen.
 

Noten

  1. De stam μνηστεύω (uithuwelijken, verloven, ondertrouwen) komt drie keer voor, steeds in verband met Maria: Mat. 1,18, Luc. 1:27 en Luc. 2:5.↩︎

  2. De dagen waren vervuld dat zij baren zou, zie Gen. 25:24 over Rebecca↩︎

  3. Rochus Zuurmond heeft al in 1981 een artikel gewijd aan de mogelijkheid om hier te vertalen: omdat hun plaats niet was in de herberg. Zij hoorden er niet thuis om allerlei redenen.↩︎

  4. ἀγραυλέω is een hapaks: op het veld, de akker verblijven.↩︎

  5. Na het gesprek in het exegeseteam heb ik κύριος consequent vertaald met Heer. Het woord δόξα heb ik beide keren (9 en 14) vertaald met eer, maar heerlijkheid zou ook een optie zijn.↩︎

  6. Χριστὸς Κύριος: in de kantlijn wordt verwezen naar 1 Samuel 10:1 : de zalving van David↩︎

  7. Dit is voor jullie het teken: in de kantlijn wordt verwezen naar Jes. 38:7.↩︎

  8. De hemelse legermacht herinnert aan 1 Kon. 22:19 en Dan. 7:10 en Mat. 26:53↩︎

  9. Welbehagen is geen makkelijk begrip, maar zie Ps. 51:20.↩︎

  10. de woorden overwegende in haar hart herinnert aan Gen. 37:11, waar Jacob het woord bewaart rond de dromen van zijn zoon Jozef en het herinnert aan Dan. 7:28, waar Daniel deze woorden (droomgezichten) in zijn hart bewaart.↩︎

Scroll naar boven