Micha 5,1-6

 


1
En jij, Betlehem Efrata12
al ben je te gering om te zijn bij families van Juda
uit jou zal mij er één voortkomen
om heerser te zijn in Israël.3
Zijn oorsprong is van oudsher
uit de dagen van weleer4
2
Daarom zal hij hen overgeven5
tot de tijd dat zij die baren zal gebaard heeft.
Dan keert wat overblijft van zijn broeders terug
naar de kinderen van Israël.
3
Hij zal staan en herder zijn in de kracht van JHWH
in de hoogheid van de naam van JHWH zijn god
en zij zullen wonen6
want dan zal hij groot worden tot aan de einden der aarde.
4
Deze zal vrede zijn.7
Als Assur komt in ons land8
en z’n weg vindt in onze bolwerken
dan stellen wij er zeven herders tegen op9
of acht mensenvorsten.
5
Die zullen herder zijn over het land Assyrië met het zwaard
over het land van Nimrod met de kling.
Zo zal hij redden van Assyrië
wanneer dat komt in ons land
en een weg vindt in ons gebied.
 
6
De rest van Jakob zal
te midden van de vele volken
worden als dauw van JHWH
als regendruppels over het kruid
dat op niemand wacht
dat niet op mensenkinderen rekent.
 

Noten

  1. Vertaling door het Amstel-preekteam↩︎

  2. Komt allebei voor in de Jakobscyclus Genesis 35 en 1 Samuel 17. De vader van David heet Efratiet. Verwijst naar Bethlehem na de verwijzingen naar de Sion. Blik naar het platteland: David komt niet alleen uit Jeruzalem. Het is in Bethlehem begonnen.↩︎

  3. Karel Deurloo: Koning en tempel, 155,156.↩︎

  4. Zoals het vroeger was, David komt. Het Koningschap van David opnieuw.↩︎

  5. Wie is die hij? JHWH of de Koning die meegaat; want de enige weg eruit is erdoorheen.↩︎

  6. Ze zitten goed / ze blijven.↩︎

  7. De vraag van de hoorders. Vrede… maar als Assur komt wat dan?↩︎

  8. Cursief de tegenstem.↩︎

  9. De zonen van Isai, en David was de 8e.↩︎

Scroll naar boven