Ezechiël 17,22-24
22Zo zegt mijn Heer JHWH:
Ikzelf zal uit de top van de statige ceder [een loot] nemen
en [die in de grond] zetten
van zijn bovenste scheuten zal ik een teer exemplaar afbreken;
zelf zal ik die planten
op een hoog oprijzende berg.
23Op de verheven berg van Israël zal ik hem planten
hij zal twijgen dragen en vrucht voortbrengen
en tot een prachtige ceder worden.
Onder hem zullen allerlei vogels een woonplaats vinden
alles wat vleugels heeft.
In de schaduw van zijn gebladerte zullen zij een woonplaats vinden.
24Dan zullen alle bomen van het veld weten
dat ik, JHWH,
de hoge boom verneder
[maar] de nederige boom verhoog
de sappige boom doe verdorren
maar de dorre boom doe uitbotten.
Ik, JHWH,
heb gesproken en zal het doen.

Print deze tekst | vertaling door mazbo | bij 1e zondag na Trinitatis (14 juni 2009)
Laatste wijziging 2000 01 01 00:00:00
Reacties: nog geen reacties
Andere vertalingen: Ez. 17,22-24 , Ez. 17,22-24